‘De Bouwagenda is de Haarlemmerolie die zaken in beweging brengt’

28-03-2017 1687 keer bekeken 0 reacties

Als voorzitter van de Taskforce is hij hét gezicht van De Bouwagenda. Zijn jarenlange ervaring als ondernemer en voorzitter van VNO-NCW helpen hem de juiste deuren te openen en iedereen in beweging te krijgen.

Op 28 maart presenteerde Bernard Wientjes De Bouwagenda aan het kabinet. Het echte werk gaat nu pas beginnen. Een interview.

 

Er zijn al vele initiatieven geweest om vernieuwing van de bouw te bevorderen. Waarom gaat het met De Bouwagenda nu echt lukken?

“Aan allerlei tafels wordt er heel positief gepraat en ontwikkeld, maar het ontbreekt voor de bouw aan een overkoepelende visie. En misschien nog wel belangrijker, iedereen blijft in zijn eigen zuil hangen, de verkokering is groot. Terwijl bij De Bouwagenda zowel de opdrachtgevers - met name de overheid - als de branche zelf en ook de kennisinstituten samen aan tafel zitten. Dat maakt de aanpak uniek en liggen er kansen om een doorbraak te bereiken. Dat was een voorwaarde voor mij om mee te doen.”

 

U stond aan de wieg van het topsectorenbeleid, waarmee de Rijksoverheid een aantal bedrijfstakken in Nederland een extra impuls geeft. De bouw is destijds niet aangemerkt als topsector. Vult De Bouwagenda dat gat op?

“Ja, we lenen onze manier van werken van de topsectoren. De kern is de gouden driehoek: overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten. Die praten op gelijkwaardig niveau met elkaar. De trend bij de topsectoren is horizontale samenwerking tussen de verschillende sectoren op allerlei maatschappelijke thema’s. Wij hebben daarvan geleerd. Samenwerken moet je van begin af aan doen.

De Bouwagenda telt elf roadmaps en daarnaast een zestal horizontale thema’s die minstens zo belangrijk zijn. Dus niet alleen maar schilderen hoe onze maatschappij en bouwbranche er over twintig jaar uitzien, maar direct ook een concrete weg daar naartoe schetsen. Waarbij je bijvoorbeeld zegt: ‘Als in de toekomst onze scholenbouw zó moet zijn om te voldoen aan klimaat- en gezondheidseisen, dan moeten we vanaf morgen beginnen om die weg in te slaan.’ Daarom hebben we het ook niet over pilots maar over prototypes. Want pilots rond je af, waarna ze ook als ze succesvol blijken vaak in een la verdwijnen. Terwijl een prototype een begin suggereert van een ontwikkeling richting de toekomst. Dat is onze strategie.”

 

U zegt dat er in de bouw een revolutie nodig is. Maar voor een revolutie moet er urgentie zijn. Het gaat nu toch weer goed in de bouw?

“Grote infrastructurele doorbraken waren er in Nederland na de Tweede Wereldoorlog in de wederopbouw. En na de watersnoodramp in ’53. Toen was iedereen wakker; het Deltaplan ging in een razend tempo door de Kamer heen. De bijna-overstromingen in de Betuwe in de jaren 90 gaven weer zo’n gevoel van urgentie. Wat nu enorm helpt, zijn het Energieakkoord tot 2022 en daarna het klimaatakkoord van Parijs. Die maken De Bouwagenda urgent. Zoals het verduurzamen van ruim 7 miljoen huizen. Daar hebben we voor getekend, dus dat moet gewoon. Of aanpassing van onze rioleringssystemen die de zwaardere regen als gevolg van de klimaatverandering niet meer aankunnen.

Wat ook helpt is het Nationaal Grondstoffenakkoord voor een volledig circulaire economie in 2050. Dat gaat een rol spelen bij de keuze van materialen in de bouw. Wat is de uitstoot van CO2 bij de productie van die materialen? Dus er is een top-down beweging die ons voorschrijft dat we een hoop dingen moeten doen. En bottom-up kijken partijen hoe we de kennis hiervoor, die echt heel breed aanwezig is, met elkaar gezwaluwstaart en geaccepteerd krijgen, zodat er draagvlak ontstaat.”

 

Hoe pakt De Bouwagenda de verduurzaming van zoveel bestaande woningen aan?

“Dat lukt alleen met een aanpak op grote schaal. Alleen al in de sociale woningbouw hebben we het over honderdduizend woningen per jaar. Anders komen we niet tot onze doelstelling. Voor de financiering verwachten we met de woningcorporatiesector tot een akkoord te komen over het – samen met het kabinet – omzetten van een substantieel deel van de verhuurdersheffing in innovatiegeld. En met de Woonbond bekijken we hoe we bewoners mee krijgen. Want slechts één procent is geïnteresseerd in duurzaamheid, blijkt uit onderzoek. Dus moet je ze verleiden. Misschien kost het bewoners niet om hun energielabel te verbeteren, maar ze zien er weinig nut van en zitten wel weken in de rommel. Met de Woonbond willen we bespreken hoe we dat aanpakken. Door direct een opknapbeurt voor de badkamer aan te bieden? Of tijdelijk iets met de huur doen? Doe je dat niet, dan krijg je nooit die grootschaligheid. Maar daarvoor heb je dus wel een coalitie nodig. Partijen zullen het nooit uit zichzelf doen, het kabinet ook niet. Met De Bouwagenda proberen wij de Haarlemmerolie te zijn, partijen bij elkaar te brengen en een plan te ontwikkelen, wat natuurlijk ook regelgeving vereist.

 

Is De Bouwagenda in de eerste plaats een vernieuwingsagenda voor de bouw, of eerder een investeringsagenda voor de overheid?

“De Bouwagenda is ingericht als innovatieagenda. Maar die kost natuurlijk ook geld en moet daarom gekoppeld worden aan de investeringsagenda van het nieuwe kabinet. Die twee zijn nauw met elkaar verbonden. Maar het is niet zo dat wij met De Bouwagenda gaan aangeven hoeveel miljarden er straks bij moeten. We wijzen alleen op terreinen waar de financiering hapert. Denk aan die investering in nieuwe scholen. De NLII, het beleggingsfonds van pensioenfondsen en verzekeraars, heeft daar een landelijk plan voor klaar liggen. Want het is een betrouwbare langetermijninvestering. Maar er is ook nieuwe wet- en regelgeving voor nodig. Want de bouw van scholen is een zaak van schoolbesturen zelf, waarbij de gemeente bepaalt hoe er geïnvesteerd gaat worden. Den Haag heeft daar nu nul invloed op. Daarvoor trekken wij aan de bel. Wij pleiten voor een basisconcept voor scholen dat voor ieder bouw- en installatiebedrijf toegankelijk is. Met ook een eisenpakket waarmee een instantie tegen scholen kan zeggen ‘dit moet je doen’. Als het eisenpakket heel concreet is op bijvoorbeeld het gebied van energie en gezondheid, dan weet je ook welke elementen en apparatuur er in zo’n school moet zitten. Die kan dan op grote schaal worden geproduceerd, waardoor de prijs omlaag gaat. De regelgeving die dat mogelijk maakt, moet er komen. Daar gaan we ons sterk voor maken.”

 

Bij De Bouwagenda zitten vooral traditionele spelers aan tafel. Zijn die voldoende toegerust om innovatie vorm te geven?

“Helaas is het nu zo dat de structuur van de bouwsector de doorbraak van nieuwe spelers en innovaties vaak belemmert. Bijvoorbeeld door de huidige manier van aanbesteding: als één partij iets nieuws heeft bedacht, moet een opdrachtgevende overheidsinstantie eerst wachten tot er andere vergelijkbare producten op de markt zijn om iets aan te besteden. Met De Bouwagenda willen we die cultuur doorbreken. We zitten niet voor niets op de Bouwcampus, waar het bruist van nieuwe ideeën en initiatieven. We zullen zeker kijken hoe we bijvoorbeeld startups nog beter kunnen betrekken. Je ziet trouwens dat een aantal grote aannemers daar ook veel mee bezig zijn. In onze Taskforce zit de CEO van BAM, die daar veel aandacht voor heeft.”

 

Staat de Bouwcoalitie open voor nieuwe partijen?

“Iedereen die zich aanmeldt, is welkom bij onze coalitie. De coalitie is zoals ik het noem het Parlement, dat zorgt voor breed draagvlak. Er zijn drie pijlers: infrastructuur, utiliteitsbouw en woningbouw, maar omdat onze focus zo breed en toekomstgericht ligt, is iedereen meer dan welkom. Onlangs nog trad de Rijksbouwmeester toe als lid. ProRail is inmiddels ook aangesloten. En binnenkort praat ik met de koepel van netbeheerders. Iedereen die in die agenda een belang, heeft is meer dan welkom.”

 

Belangrijk voor de bouw is de instroom, vooral van MBO’ers? Draagt De Bouwagenda daaraan bij?

“Het is echt gevaarlijk als je ziet hoe de bouw nu aantrekt, terwijl waar je ook komt bedrijven roepen dat ze geen mensen hebben. Daarom is human capital - werkgelegenheid en opleidingen - een van onze overkoepelende thema’s. Niet voor niets zijn het ministerie van Onderwijs, de MBO-raad en HBO-raad ook lid van de coalitie. De instroom vanuit het mbo stemt heel zorgelijk. Er zijn natuurlijk ontzettend veel mensen ontslagen in de slechte tijd. Hoe zorgen we er nu voor dat jongeren weer in de bouw willen werken? Daarbij moeten we ook kijken wat er nodig is aan kennis en kunde. Je hoort wel zeggen dat het huis van de toekomst een installatie is met wanden er omheen. Metselwerk maakt plaats voor prefab. Dus we moeten mensen hebben die voor die nieuwe situatie zijn opgeleid. Voor jonge mensen kan dat heel interessant en leuk worden. Zo kunnen we de bouw weer sexy maken.”

0  reacties

Cookie-instellingen