Column: Bernard Wientjes | De digitale realiteit

05-02-2020 318 keer bekeken 0 reacties

De bouwsector gaat digitaliseren. Het is echter nog maar beperkt doorgedrongen hoe belangrijk die digitalisering is voor de bouw. Sterker nog, uit recent onderzoek* blijkt dat slechts 33% van de MKB-bouwbedrijven ervaart dat de digitalisering van hun sector iets urgents is.

Dat betekent niet dat de bedrijven onwelwillend tegenover digitalisering staan. De voordelen, de meerwaarde en de beschikbare tools zijn helaas nog lang niet voor iedereen zichtbaar.  

Een groot voordeel is alvast dat je met digitalisering kunt versnellen. De woningbouwopgave blijft onveranderd hoog. We hebben en een groot gebrek aan arbeidskrachten. Voor een deel is dat tekort op te vangen door de robotisering. Als we door technische innovatie het gebrek aan menskracht kunnen opvangen is dat prachtig. Nu al kunnen robotarmen in fabrieken muren metselen en kozijnen in elkaar zetten. Dat betekent niet direct dat de mens ook overbodig wordt. We hebben juist goed opgeleide vakmensen nodig om met die robots om te kunnen gaan. Digitalisering helpt de bouwsector te positioneren als aantrekkelijke sector voor jonge toetreders op de arbeidsmarkt. 

Maar er zijn nog twee zeer grote opgaven in de bouw die door digitalisering worden opgelost : Het voorkomen van faalkosten én hergebruik ofwel circulariteit. Op dit moment zijn grondstoffen- en materiaal-leveranciers al digitaal. Zij bieden hun aanbod aan in een digitale omgeving waarin de specificaties van die materialen zijn opgenomen. Het zou fantastisch zijn als die data toegankelijk is voor de partijen in de gehele keten van de bouw en iedereen binnen die keten dezelfde digitale ‘taal’ spreekt.

Met één druk op de knop kun je specifieke kozijnen en bakstenen aan een offerte toevoegen en weet iedereen in de keten vervolgens over welke materialen het gaat met alle bijbehorende grondstoffen. Dit lijkt heel logisch, maar nu wordt elke offerte bij elke partij in de keten met de hand gemaakt met veel spraakverwarring en dus faalkosten tot gevolg.

Bovendien: Als je je bakstenen en kozijnen gedigitaliseerd hebt, dan is het wenselijk om een ‘ingrediëntenlijst’, een madaster ofwel materiaal paspoort, van een gebouw te bewaren. Dat is belangrijk voor het hergebruiken van een gebouw. In 2017 heeft de Rijksoverheid samen met 180 andere grote partijen het grondstoffenakkoord getekend. Het doel van dat akkoord is om in 2050 alle grondstoffen steeds opnieuw te gebruiken waardoor we een circulaire economie, een economie zonder afval, zullen krijgen. Ook de bouw moet tegen die tijd circulair zijn. Dat kan alleen als je precies weet welke materialen er in een gebouw zitten en welke je daarvan een nieuw leven kunt geven.

Maar hoe komen we dan tot die sprong om digitalisering en stelsel van afspraken om informatie die nu versnipperd en ongestructureerd is in één digitale taal te vatten? Ik ben ervan overtuigd dat als de grote groep ondernemers in de bouw de juiste handvatten aangereikt krijgt en met best practices in aanraking komt, de potentie die er ligt beter wordt benut. Dan kan de digitale revolutie in de bouw echt vorm krijgen. Daarvoor is de DigidealGO, een initiatief dat aansluit bij de doelen van De Bouwagenda, in het leven geroepen. Deze DigidealGO is vorig jaar door 37 grote partijen in de bouwsector ondertekend. Samen hebben ze onlangs een actieprogramma gemaakt om te komen tot een slimmere en betere samenwerking in de bouw. Doet u ook mee?

Op 4 februari 2020 vond het  eerste Versnellingscafé plaats. Deze bijeenkomst was bedoeld om veelbelovende projecten die bijdragen aan de ambities van de DigiDeal samen te brengen en te verbinden op relevante raakvlakken en of overlappen. Hiermee creëren we synergie die leidt tot versnelling, hogere gebruikswaarde, betere afstemming en robuuste en duurzame oplossingen.

*Lees het onderzoek hier

0  reacties

Cookie-instellingen