Bouwers! Grijp de kans die De Renovatieversneller biedt

April 29, 2020 632 keer bekeken 0 comments

De hele bestaande woningvoorraad moet voor 2050 verduurzaamd worden. Dat staat zo opgenomen in het Klimaatakkoord. Het huidige tempo van de renovaties ligt alleen veel te laag om dit doel te realiseren.

De inzet van De Bouwagenda is dan ook om de grootschalige verduurzaming in een stroomversnelling te brengen. Corporaties zijn hierin de startmotor. Zij hebben de mogelijkheid om woningen van eenzelfde type gebundeld te laten verduurzamen. Zo geven zij de markt de schaal en continuïteit die nodig is om te kunnen investeren in innovatie. Om dit proces te begeleiden heeft De Bouwagenda samen met Aedes, RVO, BZK. De Renovatieversneller opgericht: een organisatie die met een subsidieregeling en een ondersteuningsloket corporaties wil verleiden om in gezamenlijkheid woningen aan te bieden aan de markt. We spreken Wilma van Ingen, bestuurder bij de innovatieve corporatie Domijn die Projectpartner is van INDU-ZERO (een Europees onderzoeksproject naar industrialisatie en opschaling) en Taskforcelid van De Bouwagenda én ambassadeur van De Renovatieversneller: Rob van Wingerden, over de kansen die De Renovatieversneller brengt.

 

Grootschalige renovaties, een groeimarkt
Rob van Wingerden, oud-topman van BAM: ’Mijn drijfveer is altijd: de sector moet beter. Wij bouwers verspillen teveel. We verspillen materiaal, geld, tijd en talent. En dat moet anders. Als je een gestroomlijnd bouw- en renovatieproces ontwerpt, kun je die verspilling ondervangen. Maar dan heb je wel een continue stroom aan woningen nodig om je businesscase op te baseren. Dat is ook waarom ik ambassadeur ben voor de Renovatieversneller. Wat ik wil gaan doen is mensen in de markt, waaronder de bouwers, laten zien dat dit programma een kans is. Ik wil mede-bouwers over de streep trekken. Ik zou het zeer onverstandig vinden als ze niet meedoen. Het is dan ook belangrijk dat deze regeling life gaat om de boel in beweging te krijgen. Het idee is dat consortia, bestaande uit minimaal twee corporaties en een aantal marktpartijen zich kunnen aanmelden voor de subsidieregeling. Die consortia moeten een flink volume van minimaal 150 woningen aanbieden. Hoe meer ze aanbieden, hoe groter de kans dat ze de subsidie toegekend krijgen. We hebben die schaal echt nodig. Het huidige gebrek aan schaal voorkomt dat bedrijven gaan investeren en dus niet gaan innoveren. Als er één keer tweeduizend woningen op de markt komen, ga je als bouwer slim nadenken met de keten en een productiefaciliteit maken.’

Als er één keer tweeduizend
woningen op de markt komen, ga je als bouwer slim nadenken met de keten en
een productiefaciliteit maken

Wilma: ’Wij zijn met verschillende Europese landen bezig in het project INDU-ZERO. Dat is net als De Renovatieversneller een project dat als doel heeft om grootschalige renovatie op te starten. Met onze internationale contacten zijn wij aan de slag met het ontwikkelen van een prototype voor een fabriek om vijftienduizend renovatiepakketten per jaar te produceren tegen de helft van de huidige prijs. Die fabriek zal dan in verschillende Europese landen worden gebouwd. Wij zullen als corporatie optreden als launching costumer. Maar we gaan als Domijn niet eenzaam in Oost-Nederland zitten innoveren. We willen ook aanhaken bij wat er nationaal loopt. Zodoende willen wij dolgraag samen met Aedes en met De Renovatieversneller kijken hoe we opschaling kunnen realiseren.’

Coalities die willen
Wilma:
’Ik zie ook dat de noodzaak en het draagvlak om met corporaties intensief op te trekken steeds meer wordt gevoeld en groeit. Het is gebruikelijk dat iedereen projecten voor zichzelf doet. De ene corporatie wil verduurzamen, de andere wil vooral nieuwbouw plegen. Dan lijkt het alsof je niet kúnt samenwerken. Partijen blijven dan hun eigen ding doen. Maar wanneer we als corporaties onze kennis en inkoopkracht gezamenlijk inzetten, blijkt er van alles mogelijk en kosten projecten ons minder geld. De grote plus van initiatieven als De Renovatieversneller en INDU-ZERO is dus dat corporaties gemotiveerd worden de handen ineen te slaan. Ik betrapte me erop dat ik dacht: ’Oh nu gaan wij met INDU-ZERO aan de slag en hoe zit het met De Renovatieversneller. Zijn we nu weer los van elkaar bezig?’ Het samenwerken van corporaties met de markt moet niet een lokaal dingetje zijn. We willen met een grote Coalition of the Willing bestaande uit corporaties en initiatieven als INDU-ZERO een voorbeeld stellen.’

Rob geeft wat nuancering: ’Wat mij betreft is de definitie van de Coalition of the Willing de volgende: het gaat om een aantal partijen die bij elkaar zitten en die met elkaar het mandaat en het verschil kunnen maken. Je moet dan niet met te veel partijen zijn. Dan kom je niet van de kant af. Een aantal corporaties die laten zien dat zij met elkaar een optimum hebben gevonden wvan volume en innovatie en buying power dan gaan andere corporaties het ook doen.’ Rob geeft advies: ’Doe maar niet landelijk in een programma. Laat die programma’s mooi naast elkaar draaien. Dan kun je optimaal van elkaar leren.’

Wima: ’Eens! Met teveel partijen samenwerken maakt het wel erg ingewikkeld. We zijn nu al met twintig corporaties aan het samenwerken en onze kennis aan het delen met INDU-ZERO. Dat werkt goed. Je hebt gelijk. INDU-ZERO en De Renovatieversneller kunnen veel van elkaar leren. En het is goed dat Margriet Drijver boegbeeld is van De Renovatieversneller. Ik ken haar als een echte terriër, die laat niet meer los.’

Rob: ’Je moet bovendien érgens beginnen. En als we dat op verschillende plekken in Nederland doen en je brengt alle goede elementen van alle coalities bij elkaar voor een landelijk programma, dan komen we steeds verder met de opgave. Opdrachtgevers, zoals corporaties, hebben nu een mooie kans om de imperfecte markt te gebruiken en deze met visie en leiderschap naar hun hand te zetten. Dat is de weg waar we heen moeten.’

Het begin van de revolutie
Wilma:
‘Daar ben ik het wel mee eens. We staan nog aan het begin van de revolutie. Ik merk bijvoorbeeld in de overleggen die we hebben met INDU-ZERO of rond De Renovatieversneller, dat we veel praten over energie-labels en zonnepanelen. We moeten nu echt zoeken naar de juiste maatregelen voor de renovaties. Voordat we de juiste betaalbare oplossingen hebben voor het CO2-neutraal wonen hebben we nog een hele weg te gaan. Er zijn goede initiatieven, maar het is nog niet waar het zou moeten zijn. Mijn aanbeveling is: staar je niet blind op de labels. Kijk meer naar hoe je volume en snelheid maakt, daar leer je als corporatie van. Met volume bedoel ik: pak een complex in zijn geheel aan en niet losse woningen. Dat werkt veel efficiënter en is goedkoper. Wij hebben binnen het INDU-ZERO project berekend dat we op termijn €40.000 per nul-op-de-meter renovatie zullen besparen ten opzichte van de huidige prijs voor een renovatie. Dus: staar je niet blind op label A, maar ga aan de slag.’

Rob: ’Het gaat inderdaad langzaam, er zijn nog veel hobbels waar we overheen moeten. Technische hobbels, maar ook mentale hobbels. Je moet wanneer je mee wilt doen aan De Renovatieversneller wel in de grootheid van de oplossingen durven geloven. We kunnen in dit proces geen partijen gebruiken die bij elke tegenslag terug willen naar de oude manier. Dan houd je een goede ontwikkeling tegen. Je moet echt willen wanneer je mee wilt doen.

Het hogere doel moet zijn: renovaties duurzaam doen tegen een zo laag mogelijke prijs. Wat heeft iedere coalitiepartner dan als inbreng? En wat is ieders eigen belang? Je moet in dit soort processen de win-win-win zo expliciet mogelijk bespreken. We zijn in samenwerkingen altijd aan het verdelen.’Als ik wat tekort kom, moet jij ook ergens inleveren.’ Je kunt ook kijken: ’Hoe kun je die taart groter maken?’ Dat kun je doen door groter te denken en het doel en de lange termijn in het achterhoofd te houden. Doe je dat niet, dan beland je met een project voordat je het weet in een suboptimaal drama.’

Je moet wanneer je mee wilt doen aan De Renovatieversneller wel in de grootheid van de oplossingen durven geloven. We kunnen in dit proces geen partijen gebruiken die bij elke tegenslag terug willen naar de oude manier.

Duurzaamheid in positief daglicht
Wilma:
‘Puntje van aandacht. De hele verduurzaming is in het Haagse besproken en het is duur. Het positief omarmen van die opgave is niet overal even aanwezig.‘

Rob: ‘Sterker nog, met de verkiezingen in aantocht moeten we polariseren. De ene helft van de mensen zegt: ’Morgen vergaat de wereld.’ De andere zegt: ’Er bestaat geen klimaatprobleem.’ Allebei is het niet waar. We hoeven geen paniek te hebben, maar we moeten wel wat doen. De Renovatieversneller is een goede start.‘

Wilma: ‘Dit soort voorbeelden laten zien dat het renoveren slim kan, met minder kosten. Het zijn mooie voorbeelden die de verduurzaming van de gebouwde omgeving zullen helpen versnellen.’

Rob: ‘Zie je bij corporaties nou dat mensen elkaar vinden? Of zit iedereen nog op een eiland?’

Wilma: ‘Er wordt steeds meer samengewerkt. Natuurlijk zijn de opgaven verschillend (verduurzaming/nieuwbouw; krimp/groei). Ik hoop dat het groepje dat nu gestart is met INDU-ZERO en De Renovatieversneller laat zien dat het samenwerken kan, dan maak je meters. We hebben een eerste 24-uursessie met De Renovatieversneller gehad, concrete acties afgesproken en we hebben een groepsapp aangemaakt. De sfeer is erg positief en het is een eerste Coalition of the Willing die er voor gaat en waar geïnteresseerde corporaties bij aan kunnen haken!’

Rob: ‘Ik denk dat er met De Renovatieversneller en jullie initiatief een goed begin van een beweging gemaakt wordt. Wanneer er mooie voorbeelden zijn dan denkt men: ’Ik mis iets.’’Daar moet ik bij zijn’. Dat is de beweging die we zoeken.’

0  Comments

Cookie settings